Leuk om te lezen!

Vertrouwde gezichten achter de zomermarkt in De Koog

Bunkers bij De Koog werden buffet

Texelse bakkers houden van hun werk

Aan het begin van de Dorpsstraat, aan de kant waar de panden oneven nummers hebben (de linkerkant dus) stonden begin jaren dertig van de vorige eeuw nog niet heel veel panden. Tussen de boerderij van Kuip op de hoek en de school in het midden stonden nog geen huizen en winkels maar van het voorjaar tot september hadden verschillende ondernemers de lege plekken opgevuld met kiosken, zgn. ambulante standplaatsen.
Reijer Daalder stond er op met een fotozaak (“afdrukken en ontwikklen”) en in de sigarenkiosk van Albert Eelman Cz. stonden dochter Trijntje Eelman en haar man Willem Vlas. Omdat beide winkeliers op eigen grond stonden besloten zij om “echte winkels” te bouwen. In het pand dat Eelman liet bouwen kwam een bakkerswinkel met bovenliggende woning en in het grotere naastgelegen pand kwam een warenhuis dat heel origineel “Het Warenhuis” gedoopt werd. In 1937 verdween Vlas van het toneel volgens een mededeling van het Handelsregister in de Texelsche Courant, maar het Warenhuis bleef tot 1949 een warenhuis. In dat jaar raakte Rem Bregman, die naast het oude postkantoor een cafetaria/lunchroom exploiteerde, geïnteresseerd in het pand tegenover zijn zaak en nam het Warenhuis van Eelman over. In het linkergedeelte kwam de bakkerij met winkel van Cor Bremer. Het grote rechterdeel werd Lunchroom Selecta. Bovenop Selecta werden nog twee woningen gebouwd, zodat er, met de twee al bestaande woningen,vier gezinnen woonden: Bremer, Bonne, Stam en Kikkert (van de rijwielhandel).
In de winter van 1968-1969 kwam er een eind aan de exploitatie van Lunchroom Selecta en werd het pand verbouwd tot Taverne Riche. Sieme Rijk van Veronica achtte de tijd rijp om zijn horizon te verbreden en hij nam geen halve maatregelen. Riche was, mede doordat de achterliggende bakkerij werd toegevoegd, gelijk één van de grootste horecabedrijven van Texel. In totaal had de Riche ongeveer 220 zitplaatsen en leek veel meer op een bar-dancing dan op een taverne. Riche opende officieel haar deuren op 2 april 1969 met een receptie en een openings-dansavond met het Duo Roel & Wim. In maart 1972 deed Sieme de zaak over aan Cees Grootjen van ‘t Pakhuus uit Oudeschild, die grote acts boekte in zijn eerste jaar.
Maar waar het bij Frits in de Toekomst allemaal liep als een trein en de mensen nog steeds vaak in de rij stonden tot aan de slagerij aan de overkant, kwam in de Riche de klad er een beetje in. Er werd een soort noodplan bedacht: Voor het seizoen 1974 begon werd de Riche gescheiden in een voor- en een achterzaal die geheel apart van elkaar geëxploiteerd gingen worden. De achterzaal ging door als bar-dancing en bleef in handen van Cees Grootjen.
Visrestaurant De Coogh & Pannenkoekenhuis De Pollepel
In de voorzaal kwam een restaurant en dit gedeelte van de zaak werd door Cees Grootjen in eerste instantie onderverhuurd aan de alom bekende Frans van Loo van v/h Vat 69 en Cees Sluiter, een Helderse visserman die voer op de HD115. Niet verwonderlijk dus dat het een visrestaurant werd: Cees zorgde voor de aanvoer van de vis die hij zelf ving en Frans met al zijn horeca-ervaring regelde de zaken ter plekke. De naam werd “Visrestaurant de Coogh” en de opening was op 19 april 1974. Na een kleine verbouwing waarbij in de bestaande zaak een “Sailor’s Grill” werd gebouwd ging hij samen met zijn vrouw Tine en zwager Peter Novak (de broer van Tine) aan de slag. Na het vertrek van Cees Sluiter begin 1980 ging het visrestaurant een onzekere toekomst tegemoet. Willem Ham en Henk Bruin deden nog een poging om in de zaak een zelfbedieningsrestaurant te beginnen onder de naam The Garden Inn, maar deze formule was geen lang leven beschoren. Het zou tot 1982 duren voor er een nieuwe en goedwerkende exploitatie werd bedacht voor het bedrijf. Leen Zwan en partner Janny Wiegmans waren van mening dat er in het toch ruim bemeten aanbod aan restaurants in de badplaats nog één soort ontbrak: een pannenkoekenhuis. Dus de zaak werd aangepast met een “pannenkoekenhuis uiterlijk” en een enorm grote koekenpan als uithangbord aan de pui en de nieuwe exploitatie was geboren: De Pollepel. Het werd een groot succes, al was de dood van Leen Zwan in 1985 als gevolg van een vliegtuigongeluk een inktzwarte bladzijde. Partner Janny zette de zaak echter voort en bleef tot begin 21e eeuw succesvol exploitante van De Pollepel.
Onder de Pomp
Voordat al deze veranderingen plaatsgrepen was in februari 1973 de naast de Riche gelegen bakkerij de Hoop in vier weken tijd herschapen in een sfeervol klein café. Cees Grootjen huurde het pand van eigenaresse Trijntje Barrausch-Eelman en zag wel brood in een bruin café. Voor de exploitatie had hij Jan Koomen en zijn vriendin Marga Haarsma aangetrokken. Jan Koomen kwam bij de Zeven Provinciën uit Oudeschild vandaan en had zodoende ruime ervaring en Marga was al werkzaam geweest in Vat 69 in De KoogVolgens Jan Koomen was het de bedoeling dat het een “zogenaamd bruin café zou worden waar de bezoekers rustig een gesprek met elkaar kunnen voeren of zelfs een boek kunnen lezen.” Je zou met een beetje fantasie kunnen zeggen: een soort literair café in De Koog.
Trots van de zaak was de schitterende 130 jaar oude porseleinen bierpomp. De zaak had een wat rommelige aanblik maar daar bleek ook een filosofie achter te zitten evenals achter het zand op de vloer: het eerste stelde de bezoeker bij eerste binnenkomst op zijn gemak en het tweede was om de klanten niet het idee te geven dat ze een half uur hun of haar voeten dienden te vegen voordat ze naar binnen durfden. Opmerkelijk was bovendien, althans voor die tijd, dat Jan en Marga ook thee en melk schonken. Onder de Pomp voorzag duidelijk in een behoefte, dat bleek al snel na de opening begin maart 1973. Na Cees Grootjen kwam Guido Laffree in Onder de Pomp en hij werd in 1977 opgevolgd door een bijzondere man.
Onder de Pomp, het stamcafé in De Koog van de Utrechtse badmeesters, werd overgrenomen door Rob Haverman, de partner van Riche-exploitante Thea Rodenburg. Rob gaf een heel eigen en aparte invulling aan het vak van café-baas waarover elders meer in dit boek. Achter de bar stond overdag John Verkroos en ’s avonds werd zijn taak overgenomen door Joop Steenvoort, die met dit werk zijn studie fysiotherapie bekostigde. Het borreluur in de Pomp in die jaren was legendarisch: De badmeesters kwamen hun “boodschappenbier” drinken nadat het dagelijkse reddingswerk en de inkopen gedaan waren. Bovendien kwamen tal van horecacollega’s even buurten alvorens ze zelf aan de slag gingen. Rob was een volhouder.Tot zijn dood eind 2004 stond hij alle dagen dat hij geopend was achter de bar.
Foto’s uit de eerste jaren van de Pomp: linkerfoto, aan de ronde tafel bij het raam vieren Anna Lammers en naast haar Sam Wijngaarden hun huwelijk op 18 juli 1975, naast Sam in het blauwe pak Arie Jonker. Op de rechterfoto uit 1973 de bar met de prachtige bierpomp. Marga Haarsma, overigens net zo prachtig als de bierpomp, staat achter de bar en rechts achter de pomp zitten Pieter van der Vis en Marjan Smidt.
Bar-dancing Riche en de Generaal: een volmaakt huwelijk
Cees Grootjen boekte grote acts in zijn eerste jaren in de Riche, maar de loop wilde er niet echt in komen. Na de scheiding van achter- en voorzaal in het voorjaar van 1974 verhuisde de dancing naar het achtergedeelte en kreeg een eigen ingang via de, later fameus geworden, steeg tussen Onder de Pomp en Italia. Grootjen zocht een wat ouder en rustiger publiek, maar die waren niet en masse bereid om in de vakantie een dancing te bezoeken.
In 1976 kwam er een nieuwe exploitante in de Riche. Thea Rodenburg die het vak in de vingers had gekregen achter de bar in ’t Galjoen, durfde de oversteek en het ondernemerschap wel aan en nam de dancing over van Cees Grootjen. Zij gooide het roer 180 graden om. Zij had in haar achterhoofd het succes dat Thijs Schraag begin jaren zeventig had met een wat ruigere wijze van exploiteren in de Waddenparel. Thea haar filosofie was dat zij door de jongelui aan te trekken die van de wat betere en hardere rockmuziek hielden, een gat in de markt opvulde dat de Toekomst bewust liet liggen. Niet zo gek bedacht, want de Riche werd al heel snel een begrip in de Texelse rockwereld en dat er een gat was opgevuld bleek we uit het feit dat de talrijke vaste Riche bezoekers nooit in de Toekomst kwamen . Andersom gold trouwens hetzelfde.
Thea stond haar mannetje als enige vrouwelijke discotheek-exploitante en kreeg al snel de bijnaam “de Generaal”. Het was een koosnaam, bedacht door haar personeel dat veelal uit, toen nog jonge, Texelaars bestond. Onder andere Ed Vermeij (die al wat ouder was), Karel van Heerwaarden, Kees-Jaap Harting, Sjaak Schrama, Nynke Feikema en later Gerda Bremer stonden achter de bar, Nicky Veenendaal en Hette Feikema draaiden er de ruige plaatjes, Fred “de bouwvakker” Versluis stond aan de deur en vele badmeesters van het USC verrichtten hand- en spandiensten.
Riche wordt Boulevard
Thea “de Generaal” Rodenburg wilde half jaren tachtig de bakens verzetten. De topjaren waarin de exploitatie voornamelijk op het wat ruigere muziekwerk was gericht en die prima voorzag in de behoefte van een groot aantal Texelaars en toeristen, waren voorbij. De gouden jaren met lange rijen mensen in de steeg die ongeduldig wachtten tot ze naar binnen konden om vervolgens naar de bars links en rechts van de deur te vliegen en kennis te nemen van de hardrock die de DJ.’s Hette Feikema en Nicky Veenendaal over de hoofden lieten vliegen, kwamen niet meer terug. Thea besloot er een “normale” discotheek van te maken, met de nadruk op een wat intiemere exploitatie dan de wel erg grote Toekomst schuin tegenover haar pand. Ze ging, geholpen door familie en vriendinnen, aan de slag. Verven en nog eens verven was het motto. Dat moest ook wel want de Schotse ruit aan de muren stamde nog uit 1969 en elk plekje in de zaak waar je wat op kon tekenen of schrijven stond vol met viltstift tekeningen en/of -teksten. Als een bezoeker de toiletten bezocht en er nog nooit was geweest dan bleef hij of zij een half uur hangen om de meest waanzinnige teksten en tekeningen tot zich te nemen.
Thea had gekozen voor de kleuren blauw en wit. Als je de steeg inliep werd je al getroffen door de consequent aangebrachte blauw-witte kleuren en ook binnen werd alles in dezelfde kleuren geverfd. Een eenvoudige lichtshow maakte de zaak vervolgens compleet. De aanpak bleek, zeker de eerste jaren, zeer succesvol.
Boulevard wordt W’tjewel
Eind 1994 stopte Thea Rodenburg met de Boulevard en kwam er voor haar een eind aan een exploitatie van bijna 24 jaar Riche/Boulevard. Henk-Jan Klok en Arnold Kaercher doken in het gat dat Thea achterliet. Zij kochten het pand en in mei 1996 openden zij hun café W’tjewel. Alleen de naam al wekte de nodige nieuwsgierigheid. Dit gevoegd bij de positieve horecareputatie die de beide mannen met zich meedroegen was een opmaat voor een bijzonder populair en succesvol café. Binnen werden twee cabines van oude vrachtwagens zo geplaatst dat het wel leek of ze elk moment de tent konden binnenrijden. De muziek was ook in goede handen bij de twee ervaren barkeepers en zij bedachten allerlei leuke evenementen in en om hun nieuwe zaak. Er kwamen darttoernooien, Franse en Spaanse weken, ouders- en kinderenavonden en talrijke bands maakten hun opwachting in het café in de steeg naast Onder de Pomp. Door die afgelegen ligging kon het ’s nachts nog wel eens laat worden. Er waren geen nachtcafés meer, dus af en toe stiekem doordraaien voorzag in een grote behoefte. Iedereen die nog binnen was met sluitingstijd hielp gewoon met schoonmaken en daarna namen de aanwezigen nog een afzakkertje.
De Pollepel krijgt Sjans en Onder de Pomp een tweede leven
Jannie Wiegmans besloot begin van deze eeuw om te stoppen met de exploitatie van haar succesvolle pannenkoekenrestaurant Pollepel. Haar achterburen Henk Jan Klok en Arnold Kaercher van café W’tjewel zochten een nieuwe uitdaging en namen het restaurant over. Ze deden hun café over aan Marcel Talsma die de succesformule overnam maar de naam veranderde in café de Wijsneus. Het feestcafé bleef met zijn inzet en onder zijn leiding nog jarenlang een geliefde uitgaansplek voor toerist en Texelaar. Nick Ran, al jarenlang d.j. in het feestcafé, nam het stokje nog een paar jaar over, maar toen was de koek (of het bier) wel op. De deur ging, mede door de corona-epidemie, op slot en ging niet meer open. De fameuze steeg, bijna een halve eeuw het levendige toneel van heen en weer lopend uitgaanspubliek is sinds een paar jaar afgesloten, wat café Onder de Pomp een groter terras opleverde.
Datzelfde café Onder de Pomp kreeg na de dood van Rob Haverman een nieuwe exploitant in 2005: de in horecakringen door de wol geverfde Hans Glandorf. Het café was op zijn lijf geschreven. Hans op zijn beurt droeg het stokje in 2012 over aan Adrie Huiding, die de voor hem nieuwe bedrijfstak snel en goed in de vingers kreeg. Hij tapte en schonk tot 2020 met veel enthousiasme in het prachtige café. Gina van Beek dacht in 2020: “Wat mijn man, kan ik ook” en zei nam de exploitatie van Onder de Pomp over van Adrie Huiding. Tot op de dag van vandaag is het café met haar werklust en liefde voor het vak het bruisende middelpunt van de noordkant van de Dorpsstraat.
Nadat Klok & Kaercher een kortstondige maar lucratieve strandnering bij de stranding van de Hunte succesvol hadden afgesloten begon voor de mannen het nieuwe avontuur in Sjans. Hun bedoeling was duidelijk: een gezellig en laagdrempelig, maar kwalitatief hoogstaand eetcafé. De culinair hoge standaard was in goede handen bij partner Eric Scheidemann en de gastvrije ontvangst en bediening was aan de horeca-routiniers Klok & Kaercher prima toevertrouwd. Vanaf de eerste dag liep het meer dan goed, oude en nieuwe Texelse en toeristische gasten vinden de weg te vinden naar het sfeervol ingerichte etablissement. En na het diner gingen de tafels en stoelen aan de kanten en werd er feest gevierd tot in de late uurtjes: een gouden formule. Henk Jan is een aantal jaren geleden gestopt, maar Kaercher & Scheidemann en enthousiaste mederwerk(st)ers weten nog van geen ophouden. Het plezier straalt er dagelijks nog steeds af.
Vader Albert en dochter Trijntje Cornelia Eelman hadden bij de oplevering van hun pand op 19 mei 1934 nog geen idee van wat hier in 2026 op papier gezet zou worden over wat “Het Warenhuis” allemaal mee zou gaan maken in bijna een eeuw tijd …



